De hele nacht waaide het flink. De kanaalrat kwam even verhaal halen, zodat
onze Carina verschrikkelijk lag te schommelen en we ’s nachts nauwelijks een
oog dicht deden. De Sauveteurs en Mer hadden hun reddingsboot, die normaliter
aan een boei buiten de haven ligt beschikbaar
voor snelle actie in nood, maar veilig in de haven achter de sluis
gelegd. De wind nam pas af in de loop van de dag, hoewel er soms stevige
windstoten ons er op wezen dat het nog niet over was. Af en toe trok er ook nog
een regenbui over ons heen. Omstreeks 12:00 uur leek het wat droger te worden
en deden we de nodige boodschappen bij de Market Saint-Vaast-La-Hougue, een
grote supermarkt op twee kilometer afstand van de haven. Onderweg bekeken we
nog het oudste gebouw in Sain-Vaast, de "Chapelle des Marins" uit de 11e eeuw,
een kleine kapel, die vlakbij de haven staat. Ernaast stond ter nagedachtenis
een monument voor de oorlogslachtoffers van de de WO2. Na twee kilometer zeulend
met de nodige boodschappen terug naar de boot wandelden we in de middag naar de
andere vestingwerken van Vauban in Saint-Vaast, de “Tour Vauban" in het "Fort de
la Hougue” op een schiereiland en gelijkwaardig van bouw is met de “Tour
Benjamin van Ile de Tatihou”, die we gisteren hadden bezocht. Deze twee torens werden
aangelegd na de voor de Fransen rampzalige zeeslag van La Hougue (1692),
waarbij de Engelsen 12 Franse schepen in brand schoten en waarbij het
vlaggenschip Soleil Royal zonk. Deze torens zijn elk 20 meter hoog en 16 meter
breed en moesten door hun kruisvuur de haven beschermen tegen aanvallen vanuit
zee. De baai tussen Saint-Vaast en het Pointe de Saire in het noorden vormt een
natuurlijke, veilige ankerplaats voor schepen. Vauban noemde het de mooiste
ankerplaats van heel Frankrijk. Saint-Vaast heeft een grote haven die beschermd
wordt door een pier van 400 meter, gebouwd in de 19e eeuw. In de haven is er
plaats voor 760 plezierboten en er is ook een vissershaven met een vijftigtal
boten. De oesterteelt is belangrijk met bijna 30 hectare oestervelden in de
twee baaien rond Saint-Vaast: Cul-de-Loup en La Coulège. Dit geeft een
jaarlijkse opbrengst van 6.500 ton. Oesters worden hier al vanaf de 16e eeuw
gekweekt. De “Tour Vauban” was echter niet te bezichtigen en kennelijk militair gebied
volgens een waarschuwingsbord. Na een wandeling over de smalle walmuren liepen
we terug naar naar het centrum van Saint-Vaast en bekeken we de Katholieke kerk
“Eglise Saint Vaast”, die fraaie gebrandschilderde ramen had. Op de terugweg
begon het weer te regenen. Morgen zou de kanaalrat verdwenen zijn en gaan we op
de terugweg naar Fecamp met een afstand van 65 Nm.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten